Spanje is een land van contrasten en dat geldt zeker voor het klimaat. In tegenstelling tot wat je zou denken ligt de natste plek van Spanje niet ergens in het noord-westen bij de Atlantische Oceaan, maar in het hart van Andalusië, in het uiterste zuiden van het land. De meeste regen komt terecht in de Sierra de Grazalema. Er is daar ruim twee keer zoveel neerslag als gemiddeld in Nederland. ’s Winters voeren de koele oceaanwinden vochtige lucht aan die door de Sierra de Grazalema wordt afgevangen. Het is er dan ook mooi groen, hoewel het in de zomermaanden zeer heet kan zijn.

De Sierra de Grazalema is een kalkgebergte met de voor dit gesteente typische karst verschijnselen zoals grotten, kloven, dolinen (geologische orgelpijpen) etc. Beroemd is de Cueva (grot) del Gato, waar de onderaardse rivier de Guadiaro opduikt.

Een ander bekend fenomeen is de Salto del Cabrero, een vijftig meter brede kloof met twee verticale wanden van tachtig meter hoogte. De toppen van deze wanden reiken tot een hoogte van ruim negenhonderddertig meter. Aan de naam van deze kloof zijn twee legendes verbonden. Volgens de ene was een geitenhoeder op de vlucht voor een  schuldeiser en sprong samen met zijn achtervolger in de kloof. De andere legende verhaalt van een geitenhoeder die het presteerde om van de ene wand op de andere te springen zonder een druppel te verliezen uit twee melkemmers. En dit alles om zijn zieke zoontje van melk te voorzien. Geitenhoeders zijn er nog steeds in de Sierra de Grazalema en naar hun zeggen is het rendabel om de geiten die hoog in het gebergte grazen, daar te melken en de melk op ezels naar beneden te brengen naar de plaatselijke kaasmakerij.

In het Nationale Park van Grazalema groeit de Spaanse zilverspar, de Pinsapo, die duizenden jaren geleden nog overal in Zuid-Europa voorkwam, maar nu mede dankzij intensieve houtkap, alleen nog in dit gebied te zien is. De vale gier zal de lokale veehouders weinig dankbaar zijn, maar toch zie je ze regelmatig rondcirkelen boven het meest bekende plaatsje in de Sierra: Grazalema, dat zijn naam ontleent aan de uit het Arabisch afgeleidde naam Gran Zulema. Er zijn aanwijzingen dat er al in de Prehistorische tijd mensen leefden in dit gebied, maar van het ontstaan van nederzettingen zoals Grazalema was pas sprake ten tijde van de Romeinse

veroveringen. Grazalema is zeer lang in handen geweest van de Moren. Pas in 1485 werd het plaatsje veroverd door de duque (hertog) de Arcos, enkele jaren voor de val van het laatste Moorse bolwerk: Granada, waarmee de Moorse overheersing ten einde kwam. In de zeventiende eeuw bloeide Grazalema op dankzij de textielindustrie, maar gaandeweg nam deze in betekenis af evenals de agrarische bedrijvigheid. Momenteel moet Grazalema het vooral hebben van de vele toeristen die de Sierra komen bezoeken.

 

El Bosque, een ander dorpje dat net als Grazalema tot de zogeheten pueblos blancos (witte dorpen) van de Sierra behoort, heeft een knus pleintje waar aan het begin van de avond de bewoners hun rust nemen en diverse generaties elkaar ontmoeten. Dit plaatsje, gelegen aan de rivier de Majaceite, is bekend om zijn piscifactoría (viskwekerij), een teken dat het rivierwater zeer schoon is. Daar worden onder andere forellen gekweekt die niet alleen geëxporteerd worden naar andere delen van Spanje, maar

ook naar plaatselijk gebruik de basis vormen van het gerecht trucha al jamón, waarin de uit deze streek afkomstige serranoham wordt verwerkt.

Vanuit een ander wit dorpje, Benaocaz, kun je in een paar uur naar de Salto del Cabrero lopen. Het is een schitterende bergwandeling waar kuddes geiten je soms de weg versperren. Lopen van Benaocaz naar Montejaque is evenzeer de moeite waard, maar er zit een venijnige klim tussen beide plaatsen en het kan er zinderend heet zijn. Gelukkig kom je onderweg af en toe een fuente (bron) tegen.