Een niet te missen hoogtepunt; traditioneel Sevilla

Sevilla is de hoofdstad van de Spaanse autonome regio Andalusië en tevens van de provincie Sevilla. Het is de belangrijkste stad van Zuid-Spanje op het gebied van cultuur, politiek, economie en kunst. 
Deze stad, gelegen aan de rivier Guadalquivir, is het levendige centrum van de regio en telt zo’n 750.000 inwoners. Sevilla is een stad waar je je niet snel vervelen zult want deze zeer traditionele stad bruist van het leven. 
Hier in Sevilla is nog veel terug te vinden van het Spanje van weleer. Wie naar Sevilla komt om kunst en cultuur op te snuiven is beslist naar de juiste plek gekomen.
 Vrouwen en mannen in klederdracht, paarden met koetsjes, de flamenco, wuivende waaiers en gitaristen op iedere hoek. Je vind het hier allemaal.
 Maar ook zijn er oneindig veel gezellige restaurantjes en terrasjes te vinden en het nachtleven is ronduit sprankelend te noemen. De stad is charmant en de inwoners gastvrij. 
 Sevilla staat in Spanje bekend om het niet-officiële en zeer afwijkende dialect dat er gesproken wordt. Door deze uitspraak zijn de ‘Sevillanos’ zelfs voor andere Spanjaarden niet altijd goed te verstaan.

Het weer in Sevilla

Over de temperaturen raakt men hier nooit uitgepraat. Sevilla staat bekend om zijn extreem hete klimaat. De gemiddelde jaartemperatuur is dan ook 18,6 graden Celsius. 
Dit maakt Sevilla een van de warmste steden van Europa. De winters zijn zeer mild, de zomers heet, droog en lang. Van maart tot en met november kan de temperatuur de 30 graden bereiken. In de maand juli is de gemiddelde maximumtemperatuur maar liefst 35,3 graden en de 40 graden-grens wordt met grote regelmaat overschreden.

Maar dat is geen reden om deze beeldschone stad over te slaan. Doe als de inwoners: koop een waaier, hou ‘s middags een korte siësta en doe het gewoon wat rustiger aan. ‘Quien no ha visto Sevilla, no ha visto maravilla’. wat vrij vertaald betekent: ‘Wie Sevilla niet heeft gezien, heeft een wonder gemist’. 

Een greep uit de  hoogtepunten van Sevilla

Kathedraal en Giralda Toren

De kathedraal van Sevilla is het grootste gotische gebouw ter wereld en de op twee na grootste kerk van Europa. De ‘Catedral de Santa Maria de la Sede’ werd in de 15e eeuw gebouwd op de plaats van een Moorse moskee uit de 12e eeuw. Van die moskee zijn alleen de Patio de los Naranjos (Sinaasappelhof) en de minaret (Giralda Toren) over. Het interieur is rijk versierd: gebrandschilderde ramen uit de 15e eeuw, smeedijzeren hekwerken, prachtige koorbanken en een fraaie barokke ombouw van het orgel. Het hoogtepunt is de Capilla Mayor (hoofdkapel) met een altaarstuk dat is versierd met vergulde houtsneden over het leven van Christus en Maria.

De Giralda-toren is 97 meter hoog en kun je beklimmen. Er zijn geen treden. Je loopt via een hellende gang naar de top. Vroeger ging men zelfs te paard omhoog. Ooit was de toren een minaret, nu de klokkentoren van de kathedraal.

Alcázar (koninklijk paleis) van Sevilla

Het Koninklijk Paleis wordt nog steeds gebruikt door de Spaanse koning en koningin als ze in Sevilla op bezoek zijn. Dat gebeurt niet vaak en je kan dan ook rustig ronddwalen in dit paleis dat een onmiskenbaar Moorse uitstraling heeft. 
Je krijgt hier het gevoel op de binnenplaats van een Arabisch paleis te staan. Niet verwonderlijk, want de bouwmeesters waren Moren. In het midden ligt een langwerpige vijver omgeven door verzonken tuinen. Rond de patio loopt een galerij. De bovenste etage is in renaissancestijl. Die werd dan ook later toegevoegd, onder Karel V.

Automatisch wordt je naar de tuinen gelokt. Zeker in het voorjaar als de oranjebloesem de tuin parfumeert. Werkelijk sprookjesachtige mooi is het Baños de Doña María de Padilla, vaak over het hoofd gezien, dus mis hem niet. Het paleis met zijn vele pauwen en palmbomen is ook een populaire trouwlocatie. En terecht.

Torre del Oro

Waar de naam Torre del Oro (Gouden Toren) op slaat, is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Waren het de goudkleurige tegels waarmee de toren ooit was versierd of sloeg de titel op de schatten die Spanje uit Amerika haalde? Hoe dan ook, het is een fraaie toren en een mooi uitkijkpunt.

Plaza de Toros (arena)

Het Plaza de Toros is de oudste en zeker een van de mooiste arena’s voor stierengevechten in Spanje. Om een torero aan het werk te zien moet u tussen april en september in Sevilla zijn. Dit is het seizoen voor de, inmiddels ook in Spanje, zeer omstreden stierengevechten.

Museo Provincial de Bellas Artes Sevilla

Het museum voor schone kunsten is gevestigd in een voormalig klooster en is een van de belangrijkste kunstmusea van Spanje. Je vindt er vooral religieuze kunst, afkomstig uit kerken en kloosters, met werken van onder anderen Zurbarán, Murillo en Valdés Leal maar ook Vlaamse en Italiaanse kunst is vertegenwoordigd.

Barrio de Santa Cruz

De voormalige joodse wijk is een van de grote trekpleisters van Sevilla. Dwaal door pittoreske straatjes en steegjes en geniet van de tapas in een van de vele restaurants. Ook kunt u in deze karakteristieke wijk het spoor van Don Juan volgen. 
 De wijk Santa Cruz is de voormalige Joodse wijk van Sevilla. Koning Ferdinand III dwong de joden zich in deze wijk te vestigen. In de 14e eeuw namen christenen het roer over en veranderden Santa Cruz in een volkswijk. Nu is het een toeristische trekpleister met smalle straatjes en pittoreske steegjes.

Plaza de España

Het Plaza de España is een overblijfsel van de Spaans-Amerikaanse tentoonstelling in 1929. Architectuurliefhebbers zullen onder de indruk zijn van het Spaanse Paviljoen en het plein ervoor die bol staan van de symboliek. 
 Het plein wordt beheerst door het halfronde Spaanse Paviljoen, een overblijfsel van de Spaans-Amerikaanse tentoonstelling in 1929.
 Het werd ontworpen door architect Aníbal González die de leiding had over het tentoonstellingsproject. Het was het duurste paviljoen van de tentoonstelling en het plein is dan ook enorm groot: inclusief het gebouw zo’n 50.000 m2.

De wijk Triana en de Triana-brug

Deze wijk ligt ‘aan de andere kant’ van de rivier met allemaal terrassen langs het water. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht op historisch Sevilla. De vroegere zeemanswijk was van de 16de tot halfweg de 17de  eeuw een belangrijke locatie voor tal van ambachtslui. Door de handel met de koloniën ontstonden tal  van werkplaatsen waar aardewerk en tegels werden vervaardigd. Ook vandaag kan  je er nog prachtige azulejo-tegels kopen. Dit zijn keramieke tegels waarop  meestal blauwgeverfde afbeeldingen of letters op staan geschilderd.

De brug is ‘s avonds prachtig verlicht. De officiële naam is Puente Triana Isabel II.

Plaza San Lorenzo

Plein met platanen, een klooster en terrasjes.

De volkswijk Macarena

 

Deze wijk is veel authentieker dan Santa Cruz.

Lees meer over de wijk Macarena  in dit artikel.

Parque de María Luisa

Met o.a. Plaza de Amérca en Sevilla’s bekende witte duiven.

El Rinconillo

Dit is de oudste tapasbar van Sevilla (uit 1670), C/Gerona.

Nieuw sinds 2011: Metropol Parasol

Metropol Parasol, ‘s werelds grootste houten constructie werd in april 2011 werd opgeleverd. De enorme honingraat is inderdaad even wennen. Ik was ooit eerder in Sevilla – vier jaar geleden – en raakte er betoverd door Moorse tegeltjes in pasteltinten, koetsen met paarden, rijk gedecoreerde patio’s, pauwen en palmbomen, pittoreske pleintjes, kerken (heel veel kerken) en natuurlijk de kathedraal, waar nota bene Christoffel Columbus begraven ligt. Lang verhaal kort: ik waande me in de Efteling. Vier jaar later dit! Bilbao’s Guggenheim ingeklemd tussen Sevilla’s polkadot-romantiek.
Het mooiste moment om een bezoek te brengen aan Metropol Parasol is zo rond acht uur ‘s avonds. Het dakterras is open van 10-14.00/18.-23.00.

Flamenco…… Muziek en dans

Andalusië is de bakermat van de flamenco en in Sevilla kan je er echt niet omheen.
 De naam Flamenco staat voor de combinatie van dans en muziek die een bepaalde sfeer oproept. Het doel is zowel de dansers als het publiek in een bepaalde sfeer te brengen die men ‘Duende’ noemt.

Lees meer over flamenco in dit artikel.

Tip: maak een flamenco optreden mee

Een Flamenco optreden kan je meebeleven in één van de vele ‘Tablaos Flamenco’ in Sevilla. Een leuke bar waar je gratis kan komen kijken en luisteren is ‘La Carbonería’ aan de Calle Levíes. Hier is een leuke mix van toeristen en lokale bevolking aanwezig.

De auto parkeren in Sevilla

Sevilla heeft veel parkeergarages maar het verkeer in het centrum is moordend. Aan de overkant van de rivier bij het grote busstation kan je gratis parkeren. De Spanjaarden weten dit zelf ook maar al te goed, en daarom staat het vaak erg vol maar er is altijd wel een plekje te vinden. Laat geen waardevolle spullen achter in de auto. Het terrein wordt niet bewaakt.

Een gedeelte van deze tekst komt van de website van Dos Cortados. De site van Dos Cortdos geeft een overzicht van byzondere accomodaties in Andalusie en Spanje, waarmee u zelf op zoek kunt gaan naar het pure Spanje. Deze tekst werd aangevuld met tips van REIZEN-Magazine medewerker Nicolline van der Spek.